Inleiding: Context van dit artikel.
Op 10 en 11 maart 2026 vond bij OilDoc in Duitsland het Varnish Symposium plaats. Dit symposium onderscheidde zich van eerdere bijeenkomsten doordat varnish niet werd benaderd vanuit één specifieke toepassing, maar vanuit verschillende industriële perspectieven. In de afgelopen jaren waren varnish gerelateerde events vaak gekoppeld aan afzonderlijke sectoren of installaties, zoals turbines of hydraulische systemen. Dit symposium bracht onderhoudsstrategie, onderzoek, monitoring, olieanalyse, varnish controle en praktijkervaring uit de industrie samen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar techniek en onderhoud, maar ook naar de operationele context waarin installaties moeten blijven draaien en onderhoudsbeslissingen in de praktijk worden genomen.
Het is interessant om een paar onderwerpen en presentaties iets meer in detail te belichten met als doel kennis te delen die relevant is voor zowel de industrie in het algemeen, maar zeker ook voor de smeermiddelenindustrie in het bijzonder. De focus ligt daarbij niet op productoplossingen, maar op onderhoudskeuzes, interpretatie van data en inzichten uit de industriële praktijk. Dit eerste artikel richt zich op de relatie tussen betrouwbaarheid (reliability), onderhoudscultuur en smeerolieprogramma’s, met als uitgangspunt de presentatie van Bilfinger SE op dag 1.
Waarom varnish relevant blijft voor reliability en onderhoudsstrategie
Varnish‑problemen staan zelden op zichzelf. In de industriële praktijk worden ze vaak zichtbaar tegen een achtergrond van verouderende installaties, toenemende druk op operationele beschikbaarheid, krimpende onderhoudsbudgetten en een structureel verlies aan ervaring en vakkennis. Tegelijkertijd neemt de complexiteit van installaties toe en worden smeerolie‑ en onderhoudsbeslissingen steeds vaker genomen onder tijdsdruk. Die tijdsdruk wordt in veel gevallen versterkt door operationele eisen, zoals beperkte onderhoudsvensters, hoge beschikbaarheidsverwachtingen en wisselende belasting van installaties.
In dat spanningsveld wordt varnish regelmatig benaderd als een technisch of chemisch probleem: een afzetting die moet worden gemeten, verwijderd of voorkomen. De presentaties tijdens het symposium lieten zien dat varnish vaak niet op zichzelf staat, maar samenhangt met bredere keuzes in onderhoud, organisatie en uitvoering. Het raakt aan betrouwbaarheid, kostenbeheersing en duurzaamheid tegelijk. Juist daarom is het onderwerp relevant voor de smeermiddelenindustrie. Het gaat niet alleen om de olie zelf, maar ook om de systemen en bedrijfsomstandigheden waarin installaties moeten blijven draaien.
Van onderhoudsextremen naar het economisch optimum
Bilfinger SE schetste in de presentatie het spanningsveld waarin veel onderhoudsorganisaties opereren. Aan de ene kant staan koste gedreven strategieën, waarin onderhoud zoveel mogelijk wordt uitgesteld en installaties worden gebruikt tot er een storing optreedt. Aan de andere kant staan strategieën die primair gericht zijn op het voorkomen van stilstand, met intensieve preventieve onderhoudsprogramma’s en hoge inspectiefrequenties.
Beide extremen leiden in de praktijk tot inefficiëntie. Run‑to‑failure leidt uiteindelijk tot uitval en hoge reparatiekosten, terwijl onnodig onderhoud resulteert in onnodige kosten zonder aantoonbare verbetering van betrouwbaarheid. Tussen deze uitersten ligt het economisch optimum. In de praktijk wordt dit optimum bovendien mede bepaald door operationele randvoorwaarden, zoals productieplanning, beschikbaarheid van mensen en de mate waarin onderhoud daadwerkelijk kan worden ingepland. In die benadering wordt onderhoud selectiever ingezet, met meer aandacht voor installaties waar storingen waarschijnlijker zijn of grotere gevolgen hebben. Ook het smeerolieprogramma krijgt in dat perspectief een andere rol.
Betrouwbaarheid is geen tool, maar een cultuur
Een belangrijke boodschap in de presentatie van Bilfinger SE was, dat betrouwbaarheid niet primair wordt bepaald door afzonderlijke tools, technieken of meetmethoden, maar door de manier waarop een organisatie met onderhoud omgaat. Betrouwbaarheid is daarmee geen los instrument, maar het resultaat van keuzes in gedrag, verantwoordelijkheden en samenwerking binnen een organisatie.
De Reliability Culture Ladder
De zogeheten Reliability Culture Ladder laat zien dat organisaties zich op verschillende niveaus kunnen bevinden. In meer reactieve culturen worden problemen vooral aangepakt wanneer storingen optreden. Daarbij speelt ook de verhouding tussen onderhoud en operatie een belangrijke rol.
Wanneer operationele prioriteiten structureel zwaarder wegen dan technische randvoorwaarden, ontstaan situaties waarin signalen wel worden herkend, maar niet tijdig kunnen worden opgevolgd. Dus signalen worden wel waargenomen, maar niet consequent opgevolgd of vertaald naar structurele verbeteringen. In dergelijke omgevingen blijven varnish problemen vaak terugkeren, ondanks aanvullende metingen, analyses of tijdelijke maatregelen.
Pas wanneer betrouwbaarheid is ingebed in processen en besluitvorming, verschuift de aandacht van symptoombestrijding naar het beheersen van oorzaken. De ladder maakt duidelijk dat meten op zichzelf onvoldoende is.Het gaat om discipline, afstemming tussen afdelingen en het vermogen om informatie te vertalen naar onderhoudskeuzes. In die zin is varnish geen technisch detail, maar een indicator voor het volwassenheidsniveau van de onderhoudsorganisatie.
Reliability Culture Ladder en de ontwikkeling naar betrouwbaar onderhoud

Reliability Culture Ladder. Bron: Reliability Academy – Erik Hupjé. Gebruikt met toestemming.
Autonoom onderhoud en orde & netheid
Naast onderhoudsstrategie en cultuur werd in de presentatie ook veel aandacht besteed aan de kwaliteit van de dagelijkse uitvoering.
Veel betrouwbaarheidsproblemen ontstaan niet door complexe technische tekortkomingen, maar door basiscondities die onvoldoende op orde zijn. Zaken als orde en netheid, correcte opslag van smeermiddelen en het tijdig herkennen van afwijkingen spelen hierin een grotere rol dan vaak wordt aangenomen.
Bilfinger Se benoemde de verandering naar autonoom onderhoud, waarbij niet alleen “maintenance” verantwoordelijk is voor alle inspecties, maar juist operators worden betrokken bij inspectie, reiniging en eenvoudige onderhoudstaken.
Uiteindelijk draagt dit bij aan het vroegtijdig signaleren van veranderingen in de installatie. Afwijkingen in oliekleur, helderheid of schuimvorming worden sneller opgemerkt wanneer medewerkers verantwoordelijkheid nemen voor het dagelijks functioneren van hun installatie.
Daarmee wordt voorkomen dat kleine afwijkingen onopgemerkt blijven, waardoor grotere problemen kunnen ontstaan.
Analyse van gebruikte olie als ondersteuning van onderhoudsbeslissingen
Binnen een onderhoudsstrategie waarin onderhoudsactiviteiten prioriteit krijgen op basis van toepassing, risico en impact (risk based maintenance, RBM), heeft analyse van gebruikte olie vooral waarde als feedbackmechanisme.
Het doel is niet om zoveel mogelijk parameters te meten, maar om trends in olieconditie, vervuiling, veroudering en watergehalte te volgen en deze te koppelen aan bedrijfsomstandigheden en onderhoudsmaatregelen.
Analyse van gebruikte olie, en met name het volgen van trends, levert pas echte waarde wanneer meetresultaten worden geïnterpreteerd binnen hun toepassingscontext.
Een afwijkende meetwaarde vraagt niet automatisch om ingrijpen. Juist de combinatie van trend, toepassing en risico bepaalt welke actie zinvol en economisch verantwoord is.
Tijdens het symposium werd duidelijk dat metingen zonder context kunnen leiden tot schijnzekerheid, terwijl goed geïnterpreteerde data de onderhoudsbeslissingen juist kunnen ondersteunen.
Van olie verversen naar olie behouden
Een terugkerend thema in de presentatie was de verschuiving van olie verversen naar olie behouden. In plaats van standaard oliewissels wordt steeds vaker gekeken naar het verlengen van de levensduur van olie door condition monitoring en gerichte maatregelen. Dit kan uiteindelijk bijdragen aan lagere kosten, een hogere beschikbaarheid van installaties en het beperken van milieubelasting, bijvoorbeeld door minder olieverbruik en een lagere CO₂‑uitstoot.
Deze benadering vraagt om een andere manier van denken. Niet de oliewissel staat centraal, maar het begrijpen van de grenzen van de olie in de specifieke toepassing. Pas daarna kan worden bepaald welke maatregel passend is. Olie wordt daarmee steeds meer gezien als een beheersbaar middel in plaats van een verbruiksartikel.
Innovatie in de praktijk: gerichte waterreductie
Als concreet praktijkvoorbeeld werd een toepassing gepresenteerd waarbij Bilfinger SE bij een industriële klant een innovatieve en gepatenteerde methode van Vandalai voor waterreductie in smeerolie toepaste. In plaats van een volledige oliewissel werd gekozen voor een afzonderlijk geplaatste installatie om watercontaminatie structureel terug te dringen. De bijbehorende grafiek laat zien dat het watergehalte in de olie duidelijk werd verlaagd, terwijl de oliekwaliteit behouden bleef.
Gerichte waterreductie in smeerolie

Voorbeeld van gerichte waterreductie in smeerolie. Bron: Bilfinger SE en Vandalai. Gebruikt met toestemming.
Dit voorbeeld illustreert dat innovatie waarde kan toevoegen wanneer deze wordt ingezet op basis van een goed begrip van het probleem en de toepassing. Het gaat niet om een generieke oplossing, maar om een gerichte interventie.
Wat betekent dit voor smeerolieprogramma’s?
De presentaties tijdens het symposium maken duidelijk dat varnish geen geïsoleerd smeerolieprobleem is. Het is eerder een uiting van keuzes in onderhoudsstrategie, organisatie en dagelijkse uitvoering. In de praktijk speelt daarbij ook de operationele realiteit een belangrijke rol. Productiedruk, beperkte onderhoudsvensters, wisselende belasting of tijdelijke configuraties van installaties bepalen vaak in sterke mate wat technisch wenselijk is en wat operationeel haalbaar blijkt.
In veel gevallen ontstaan varnish problemen dan ook niet door de olie zelf, maar doordat meetresultaten, onderhoudsdoelen en operationele randvoorwaarden onvoldoende samenkomen in de besluitvorming. Wanneer onderhoud alleen kan plaatsvinden op specifieke momenten, of wanneer systemen zwaarder worden belast dan oorspronkelijk bedoeld of wanneer aanvullende machines worden aangesloten op draaiende installaties, verandert de context waarin olie en onderhoud moeten functioneren.
Voor smeerolieprogramma’s betekent dit dat de toegevoegde waarde niet zit in het verzamelen van meer data of het toepassen van afzonderlijke maatregelen, maar in het maken van onderbouwde keuzes binnen die context. Data en analyses krijgen pas betekenis wanneer ze worden geïnterpreteerd in samenhang met onderhoudsstrategie en operationele realiteit en daadwerkelijk worden gebruikt om onderhoudsbeslissingen te sturen. Pas dan verschuift de focus van het oplossen van terugkerende problemen naar het structureel beheersen van risico’s.
Reflectie:
Betrouwbaarheid (Reliability) is geen kostenpost, maar een systeem‑ en cultuurkeuze.
Het symposium liet zien dat duurzame en betrouwbare smeerolieprogramma’s ontstaan wanneer onderhoudsstrategie, dagelijkse uitvoering, operationele realiteit en interpretatie van data op elkaar zijn afgestemd. Pas wanneer deze elementen samenkomen in de besluitvorming, verschuift de aandacht van het oplossen van incidenten naar het structureel beheersen van risico’s.
Deze pagina is ook beschikbaar in het Engels: Reliability and Sustainability as the Foundation for an Effective Lubrication Programme
Volgende artikel: Wanneer olieanalyse helpt bij besluitvorming en wanneer het schijnzekerheid creëert.
